Levenslichaam

Een mens bestaat uit een fysiek lichaam, een levenslichaam, een ziel en een geest.

Het levenslichaam bestaat uit levensenergie, wat ook wel ether wordt genoemd, naar de Griekse god Aether, welke god van de lucht was bovenin de atmosfeer. Hemelse lucht als het ware.

Het levenslichaam houdt het fysieke lichaam, bestaand uit mineralen, in stand. Het heeft als het ware dezelfde vorm als het fysieke lichaam, met alle organen e.d. er in. Alles in het levenslichaam is, als het gezond is, net iets groter dan het fysieke lichaam, waardoor de energie├źn van de organen elkaar wat overlappen en het levenslichaam net wat groter is dan het fysieke.

Bij ziekte is het levenslichaam op de zieke plek verzwakt of zit op die plek de energie van de ziekte. Geneesmiddelen kunnen of de energie van de ziekte verzwakken, wat veel reguliere medicijnen doen, of de eigen energie versterken, wat veel therapie├źn en antroposofische medicijnen doen.

Bij de geboorte is het levenslichaam van een kind nog volledig verbonden met het levenskracht van de ouders. Het kinderlichaam wordt, naast de fysieke voeding, door de energie van de ouders gevoed en gevormd.

Rond het 7e jaar lost deze verbinding op en begint het kind het geschonken levenslichaam om te werken tot diens eigen lichaam. Dit omwerken kan benadeeld worden door een te vroege bewustzijnsontwikkeling.

Het levenslichaam is zetel van het geheugen. Herinneringen zijn ‘pakketjes’ etherische energie. Voor het 7e jaar kan een kind deze pakketjes ontvangen, vanaf het 7e jaar kan een kind deze pakketjes bewerken.

p.s. het woord levenslichaam in mijn teksten